Algemeen
In- en externe zorgstructuren
Binnen het project in- en externe zorgstructuren zijn twee deelprojecten te onderscheiden.
Het eerste deelproject is Preventie (V)MBO. Dit deelproject valt uiteen in twee projecten, namelijk:
- Preventie-units MBO
- Zorgverbreding (V)MBO
Het deelproject omvat negen activiteiten.
Het tweede deelproject is Spijbel- en schakelvoorzieningen. Dit deelproject omvat acht activiteiten. De beschrijving van de deelprojecten zoals hierboven beschreven vindt u in menu onder deelprojecten.
De beschrijving van de activiteiten kunt u vinden in het menu onder producten of door hier te klikken. De activiteiten zijn beschreven met de daarbij te leveren producten die ontwikkeld worden.
Equal project ‘In- en externe zorgstructuren’ uitgewerkt
Onder het transnationaal uitwisselings- en ontwikkelingsprogramma JIVE participeert het Equalproject ‘In- en externe zorgstructuren’. Dit project heeft als doel het voorkomen van voortijdig schoolverlaten en het de betrokkene te laten behalen van een startkwalificatie.
Aanleiding
Een aantal jongeren in het VMBO en het MBO verlaten om redenen voortijdig het regulier onderwijs zonder hun startkwalificatie te behalen. Daardoor missen ze veelal een goed vervolg op lang durende deelname aan de arbeidsmarkt. Een groot deel van dit voortijdig schoolverlaten kan worden voorkomen door het organiseren van adequate zorgstructuren in de school. Bij een adequate zorgstructuur sluit de interne zorgstructuur; het zogenaamde Zorg Advies Team (ZAT) van de school aan op de externe zorgstructuur.
Methode
Een belangrijk kenmerk van de zorgstructuur van het samenwerkingsverband RSNOG is het zorgcontinuüm. Dit houdt in dat vanaf de onderinstroom in het voortgezet onderwijs tot en met aan de uitstroom naar het MBO en de ROC’s extra zorg wordt ontwikkeld voor de leerling om de ononderbroken leerlijn vanuit het samenwerkingsverband te kunnen garanderen. Om voortijdig schoolverlaten tegen te gaan wordt in de scholen:
- de interne zorgstructuur verbeterd
- is er een zorgteam ingesteld
- is de positioneren van de zorgcoördinator gerealiseerd
- wordt gewerkt met de preventie-unit (zorgadvies-team)
- is een rebound-schakelopvang. gerealiseerd
Om de in- en externe zorgstructuren op elkaar aan te passen zijn de zogenoemde zorgadviesteams ontwikkeld. In deze teams hebben de GGZ, de GGD, bureau Jeugdzorg en de zorgcoördinator van de school vast zitting. Hieraan kunnen wanneer gewenst andere organisaties of deskundigen zoals Politie, bureau Halt, de leerplichtambtenaar, worden toegevoegd. In alle deelnemende scholen functioneert een zorgadviesteam. Dit team heeft als taak om de zorg van alle leerlingen binnen de school te coördineren. Gestreefd wordt naar één leerlingplan, één dossier. Wanneer blijkt dat een leerling niet meer binnen de school te helpen is, wordt advies ingewonnen bij het zorgadviesteam of met andere woorden de zogenaamde preventie-unit. Adviezen van het zorgadviesteam kunnen zijn om de interne zorg aan te passen, maar ook plaatsing in een bovenschoolse voorzieningen of verwijzing naar een REC of andere instelling.
Het verhaal van de projectleider ‘In- en externe zorgstructuren’, Jakob Roffel
Het uitvallen van een jongere kan verschillende oorzaken hebben. Het Equal project ‘In- externe zorgstructuren’ is er op gericht om jongeren van het VO en SVO onderwijs niet te laten uitvallen.
Het Equal project ‘In- en externe zorgstructuren’ sluit aan bij een al bestaand samenwerkingsverband, het RSNOG. RSNOG staat voor stichting Regionaal Samenwerkingsverband VO/ SVO Noord en Oost Groningen. Het RSNOG is in 1999 opgericht in Eemsmond. Momenteel nemen aan het RSNOG de scholen voor Voortgezet Onderwijs in de regio’s Winschoten, Stadskanaal, Veendam, Hoogezand, Eemsmond en Noordwest Groningen deel. Deze scholen streven er samen naar om de zorgstructuur en veiligheid op de aangesloten scholen te waarborgen en te verbeteren in het kader van de doorlopende leerlijnen en de sluitende aanpak.
Het RSNOG tracht bij te dragen aan de ontwikkeling van de orthopedagogische- en orthodidactische zorgstructuren van de scholen. De leerlingen worden in staat gesteld het onderwijs gediplomeerd of gecertificeerd af te sluiten door gebruik te maken van een samenhangend geheel van zorgvoorzieningen.
Het doel is zoveel mogelijk leerlingen zodanige zorg te bieden dat zij doorstromen naar het MBO om daar een startkwalificatie te behalen. Voor leerlingen die niet in staat zijn een startkwalificatie te behalen worden trajecten ontwikkeld voor het behalen van een arbeidskwalificatie. Tevens wordt door de versterking van de zorgstructuren het voortijdig schoolverlaten tegengegaan.
Deze doelstelling wordt bereikt door besluitvorming van het bestuur van het regionaal samenwerkingsverband, betreffende het ontwikkelen en laten functioneren van de organisatie. Hiertoe behoort het verzorgen van deskundige ondersteuning, de overdracht en uitwisseling van deskundigheid op het gebied van orthopedagogische en orthodidactische vaardigheden, het maken van afspraken over de toelating van leerlingen die in het leer- en ontwikkelingsproces belemmeringen ondervinden en het creëren van bovenschoolse voorzieningen. Om het beleid goed te kunnen uitvoeren wordt intensief samengewerkt met instellingen uit het onderwijs en het maatschappelijk veld evenals met de regionale en lokale overheden.
In Noord en Oost Groningen zijn goede resultaten geboekt met deze aanpak. Tot nu toe is het percentage voortijdig schoolverlaters terug gebracht naar 3%. Hiervan stroomt 2% uit door bijvoorbeeld verhuizing naar een andere regio. 1% gaat zonder startkwalificatie aan het werk. Dit betekent dus dat 97% van de leerlingen van het VO en SVO uitstroomt met een startkwalificatie en dus een beter uitzicht hebben op een goede, lang durende deelname aan de arbeidsmarkt.
Het verhaal van Geertjan Teerling
Geertjan Teerling verzorgt de organisatie en inhoudelijke aspecten van het Equal project ‘In- en externe zorgstructuren’, waaronder trainingen, registratie en contacten. Hij organiseert de overdracht en uitwisseling van deskundigheid, verzorgt deskundige ondersteuning door middel van trainingen, implementeert en faciliteert.
Geertjan Teerling is ooit in onderwijsland begonnen als leraar LOM onderwijs (Leer Opvoeding Moeilijk). In de positie van adjunct directeur SVO kwam hij in aanraking met het Samenwerkingsverband Eemsmond, later omgezet in het RSNOG. Vanuit het RSNOG zijn pilots ontwikkeld over zorgontwikkeling in het SVO. Deze zorgontwikkeling is van boven naar beneden geïmplementeerd. Eerst op macro niveau, directie en bestuur. Vervolgens op meso niveau, implementatie in de school en tot slot om micro niveau, leerkrachten en leerlingen.
Als secretaris van de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL) constateerde hij dat scholen zich overvraagt voelen met betrekking tot leerlingen met problemen. Het doel van de PCL is het bieden van ondersteuning aan scholen met betrekking tot leerlingen die vastlopen en het geven van adviezen over leerlingen met een speciale problematiek.
Deze problematiek is in vier categorieën in te delen:
- Faalangstige kinderen
- ADHD
- PDD NOS
- Dyslexie
Met ondersteuning vanuit Equal wordt door middel van een twee trapsraket getracht om scholen en leerkrachten hierin te ondersteunen.
Vanuit de werkgroepen zorg in het RSNOG wordt een inventarisatie gemaakt met betrekking tot de scholingsbehoefte. Daarna wordt passende scholing aan de werkgroep aangeboden en vervolgens gewogen op implementatie binnen de school op leraar / mentor niveau.
Een belangrijk resultaat van deze inspanning is dat steeds meer leerkrachten het kind zien en niet alleen het gedrag. Er komt daarnaast meer oog voor zorgkinderen en hun kansen. Mede door het vormgeven van het pedagogisch beleid in de school naast het onderwijskundig beleid.
Sinds de start is er een daadwerkelijke verdieping te zien wat betreft het cursus aanbod en de implementatie hiervan in de school. Waar gestart is met het schoolbestuur, komt de verdieping nu ten goede aan de leerkrachten en de leerlingen.
Het bijzondere van het project is de scholing op maat. De behoefte van de scholen zelf staan centraal. Vraagsturing is hier het uitgangspunt.
Het doel voor de toekomst is om elke school zo uit te rusten dat elke leerling binnen de school opgevangen kan worden en hiervoor niet naar een andere school of onderwijsvorm hoeft te worden verwezen.