Workshopleider: Monique Wijffels, Welnis Preventie/Lentis tel: 050-5223298 e-mail: m.wijffels@lentis.nl
Deelnemers 1e ronde: 14
Deelnemers 2e ronde: 18
Na een uitleg over het belang van vroegsignalering psychosociale problemen bij leerlingen gingen de deelnemers in de eerste ronde aan de slag met een drietal vragen:
Wat op viel was dat de deelnemers in de koppels heel serieus aan de slag gingen en dat men bij de derde vraag het heel lastig vindt als MBO-coach om een goed contact met ouders en de leerling te leggen als er problemen spelen. Zowel de leerling en ouders geven vaak aan dat er niets (de zogenaamde zorgmijders) aan de hand is…Hulpverleners in de zogenaamde zorgadviesteams zouden de MBO coaches hierin juist kunnen ondersteunen.
Het belang van vroegsignalering werd door ondergetekende nog eens benadrukt en ook dat een beleid rond vroegsignalering (bijvoorbeeld scholing van alle docenten/coaches) veelal ontbreekt op de MBO scholen. Ook met de privacy van de leerlingen (en hun ouders) wordt er in de lerarenkamers nogal slordig omgesprongen. Dit laatste vinden de aanwezig deelnemers uit de jeugdzorg een belangrijk punt. Leerlingen gaan hierdoor hun ‘echte’ problemen nogal eens maskeren op school, waardoor je pas laat kunt signaleren wat er daadwerkelijk speelt.
Tijdens de tweede ronde gingen de deelnemers aan de slag met knelpunten en mogelijke oplossingen rond een tweetal peilers namelijk:
De deelnemers konden deze punten vervolgens weer meenemen naar hun dagelijkse werkpraktijk.
Mijn ervaring als workshopleider is dat er wel veel gedaan wordt in het MBO met ‘zorgleerlingen’ maar in een veel laat stadium. Men reageert erg ad hoc en op wat zich aandient, heeft wel een intern zorgsysteem, maar is te weinig gericht om een beleid op te stellen hoe vroegsignalering dient plaats te vinden, hierdoor werkt men absoluut niet met een dekkend zorgsysteem. De deelnemers waren erg geïnteresseerd in het onderwerp, maar ik hoop als workshopleider dat ik hen aan het denken heb gezet. Ook zij kunnen namelijk een rol vervullen om het zorgsysteem in het MBO meer en meer om te buigen naar een preventief zorgsysteem.
Het team van de Doorstart verzorgde twee maal een workshop over De Doorstart zelf.
De deelnemers (gemiddeld zes tot zeven per workshop), werden door drie teamleden van de Doorstart ontvangen alsof ze pupillen van de Doorstart waren. Petje aan de kapstok, mobieltjes en Mp-3 spelers uit. Te laat binnen, dan na schooltijd tijd inhalen plus een half uur.
Bij de intro vertelde Jan, dat De Doorstart in Delfzijl een rebound- en schakelopvang heeft. Ooit begonnen als spijbel opvang, zijn er nu sinds vorig cursusjaar een aantal reboundleerlingen. Al heel snel kwamen de vragen over organisatie, plaatsing, verantwoordelijkheden en geldstromen. Gi-ja en Betty gaven op alle vragen zo helder en duidelijk mogelijk antwoord, waarbij lastige vragen over geldstromen en voorschriften doorverwezen werden naar onze coördinator Jakob Roffel. Dat hield het verhaal helder om over de dagelijkse praktijk te kunnen praten.
Ons thema was, aan de hand van materiaal en voorbeelden, dat de scholen te lang wachten met leerlingen naar rebound en/of schakel te verwijzen. Als de leerling dan eindelijk na een lijdensweg uiteindelijk bij De Doorstart terecht komt, is hij of zij al zo vernield, dat het soms nog maar de vraag is of een als rebounder aangemelde leerlingen nog wel terug kan. Onze ervaring is dat achter het gedrag en onder de maat presteren, meestal diepere problemen schuil gaan, die onmogelijk in een kort tijdsbestek kunnen worden opgelost. Ook denken een aantal toeleverende scholen, dat het probleem met plaatsing opgelost is. Er moeten duidelijk een aantal zaken op de toeleverende school veranderen om terugkeer mogelijk te maken. Het aanleveren van lesmateriaal en testen en toetsen duurt erg lang en in een aantal gevallen is de communicatie bijzonder zwak.
Er is nog veel te regelen, wat de rebound voorziening betreft, het mag dus geen dump worden voor ongewenste elementen. Bij de schakelopvang is het vaak een probleem dat er niet tussentijds ingestroomd kan worden bij een nieuwe opleiding. Leerling helemaal op de rails, helemaal gemotiveerd en dan wachten tot het nieuwe cursusjaar begint.
Er werd zeer aandachtig geluisterd en veel geschreven tijdens de workshop. Meegebracht materiaal (folders e.d.) werden driftig verzameld. We hebben alle deelnemers gezegd dat ze van harte welkom zijn om eens een kijkje te komen nemen.
We hebben het idee, dat we in de ons toegemeten tijd een duidelijk en helder beeld hebben kunnen schetsen. Onze coördinator werd in de wandelgangen van het Tjaarda aangesproken over geldstromen en voorschriften. Dus hij kan dubbel tevreden zijn
Kortom een zeer aangename dag.
Betty Timmermans
Gi-ja Suyveer
Jan Huttinga
Workshopleiders: Ferry Wester STAMM CMO Drenthe en Hetty Dekker, RMC Zuidwest
Drenthe
In het project 'De keten sluiten in Zuidwest Drenthe' hebben we de Sluitende Aanpak doorgelicht, knelpunten en hiaten geconstateerd en verbeteringen doorgevoerd. We hebben een beschrijving gemaakt van het Model Sluitende Aanpak, zoals daar in de 4 gemeenten Hoogeveen, Meppel, Westerveld en de Wolden mee wordt gewerkt. De resultaten van deze aanpak en onze ervaringen hebben we gepresenteerd in twee workshops in het middagprogramma, elk met 6 en 7 deelnemers.
We kregen boeiende discussies, onder ander over hoe sluitend de Sluitende Aanpak kan zijn, de aansluiting van het praktijkonderwijs in de Sluitende Aanpak en vanuit een andere kant de vraag hoe je de aansluiting met jeugdzorg kunt verbeteren.
Hetty Dekker, Ferry Wester
In de middag werden twee workshops gegeven. Tijdens de eerste workshop waren er 7 deelnemers, tijdens de tweede 12 deelnemers.
De workshop was interactief. Er werd met de aanwezigen een rollenspel gespeeld waarin duidelijk gemaakt werd dat er een regiefunctie ontbreekt als er bijvoorbeeld een jongere met meerdere problemen (uitkering, werk, financiën, scholing, justitie) om hulp vraagt. Iedere organisatie heeft zijn/haar expertise en iedereen voert zijn/haar deel uit maar er ontbreekt een regiefunctie. Het blijkt dat de werkwijze van het Jongerenpunt kan voorzien in de rol van “spin in het web”. De stijl van presenteren sprak iedereen aan. Door de manier van werken blijkt het Jongerenpunt ook efficiënter qua uitstroom richting school of werk ten opzichte van de provincie Friesland. (Benchmarkt onderzoek van het Breuer Institute over periode 2005-2007) Dit werd opgemerkt door een van de aanwezigen, directeur van het Breuer Institute Paul Lowik.
Friedrich Hopster
Adviseur Jongerenpunt Heerenveen
Bij de workshop “installatietechniek, zo gek nog niet” waren 5 zeer geïnteresseerde belangstellenden aanwezig. En het leuke was: 4 van de 5 waren vrouwen! Van de 191 leerlingwerknemers die het ROI Noord-Nederland in dienst heeft is er maar 1 vrouw…..
De aanwezigen waren vooral geïnteresseerd in de mogelijkheden voor werken en leren in de installatiebranche. Vanuit hun eigen werk hebben ze te maken met (jonge) mensen die op het punt staan een beroepskeuze te maken. Over het werken en leren via een samenwerkingsverband, zoals ROINN dat voor de installatiebranche is, waren ze erg enthousiast. Met name de begeleiding in de praktijkscholing en de begeleiding mbt de voortgang en het fenomeen incompanyscholing, waarbij het ROC op de ROI-locatie komt les geven zodat de combinatie theorie en praktijk het leren boeiend houdt, sprak ze erg aan.
Jacqueline Delahaye
ROI Noord-Nederland
Op donderdag 15 november 2007 maakten wij deel uit van de eindconferentie “Back to school4job.nl”.
Wij dat zijn Roelf Meijer van het RMC De Friese Wouden en Jelle Vegter van ROC Friese Poort. Het project waar wij voor stonden maakt deel uit van “De keten sluiten met perspectief” en heet: Risicodeelnemers terug naar school. ( Doelgroep: 18-23 jarigen)
Roelf Meijer begon met het netwerk aan te geven rondom deze doelgroep. Via een Power Point Presentatie gaf hij een aantal voorbeelden: Jongeren Punt CWI, Project Bonifatius, Oriëntatie en Schakelprogramma’s op de ROC’s, Preventieproject “De Overstap”, Workskills. Op dit laatste ging hij wat dieper in omdat het einddoel een stappenplan is waarmee de jongere aan het werk kan. Aansluitend had hij een filmpje over dit project.
Jelle Vegter vertelde iets over het Jongerentraject “Lerend werken, werkend leren”. De doelgroep zijn voortijdig schoolverlaters van 18-23 jaar uit de RMC populatie van de Friese Wouden. De meerwaarde van dit traject is dat er een goede samenwerking is tussen RMC en ROC Friese Poort in Drachten, waarbij de bovengenoemde mogelijkheden binnen de loopbaan van de deelnemer ingezet kunnen worden. De werving gebeurt door de trajectbegeleider van het RMC uit de populatie voortijdig schoolverlaters zoals bekend bij RMC. De intake is een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor RMC en ROC. De trajectbegeleider van het RMC is toegevoegd aan het ROC team. Het programma dat in het jongerentraject uitgevoerd wordt staat op de website school4job.nl en is ook tijdens de workshop uitgereikt.
Doel van het programma is het begeleiden van voortijdig schoolverlaters richting onderwijs of werken en leren waarbij het behalen van een startkwalificatie prioriteit heeft. Wanneer dit geen reële optie is worden de deelnemers begeleid richting arbeidsmarkt waarbij aanvullende scholing die alsnog een startkwalificatie oplevert een aandachtspunt is. Een ander uitgangspunt van dit programma is maatwerk.
Ter ondersteuning waren er ook twee deelnemers uit het traject aanwezig om hum ervaringen met dit traject te vertellen. Hierbij ontstond een levendige discussie.
Jelle Vegter (ROC Friese Poort Drachten)
Roelf Meijer (RMC De Friese Wouden).
