In de week van 18 t/m 22 juni heeft het Jongeren.punt een actieweek georganiseerd waarbij de jongeren actief zijn opgezocht. Er kan teruggekeken worden op een zeer geslaagde week, waarbij enerzijds een substantiële groep jongeren is bereikt die nog niet in beeld waren. Anderzijds is het netwerk waar het Jongeren.punt in participeert wezenlijk uitgebreid als gevolg van de actie.
Friesch Dagblad 28 april 2007
Een beroepsopleiding volgen, stage lopen en dan aan het werk. Voor de meeste scholieren in het mbo is het een vanzelfsprekend traject. Jongeren met een lichamelijke beperking of gedragsstoornis hebben andere ervaringen. Struikelblok is het vinden van een geschikte stageplaats. Door Anneke Visser.
Alles was in kannen en kruiken. De 22-jarige Bezar Omar uit Drachten zou aan de slag bij een accountantskantoor in Groningen. Een paar maanden lang stagelopen, als administrateur in opleiding. De vrijdag voor ze zou beginnen, kreeg ze een telefoontje. Of ze nog even een test wilde doen, om te kijken of ze eigenlijk wel geschikt was. En ja hoor, ze zakte voor de test, die volgens haar begeleider van school compleet irrelevant was.
Bezar, die door een verkeerde prik tegen polio in haar eerste levensjaar aan haar benen verlamd raakte, weet het zeker: het bedrijf kreeg koudwatervrees, toen ze ontdekten dat ze niet alleen allochtoon, maar ook nog eens lichamelijk gehandicapt is. Voor iemand in een rolstoel moet je extra voorzieningen regelen, en dat is alleen maar lastig. Geen stageplek betekende thuiszitten voor de van oorsprong Koerdische Bezar twee keer toe, want in het vierde jaar van haar opleiding aan ROC Friese Poort in Drachten was er opnieuw geen bedrijf te vinden dat haar een werkervaringsplek wilde aanbieden.
Na een half jaar niets doen kon ze uiteindelijk toch ergens terecht. Bij AA&E Accountants in Drachten kwam een plekje vrij, omdat een klasgenoot besloot naar een ander bedrijf te gaan. Die kans liet Bezar zich niet ontglippen, en daar is ze nu maar wat blij mee. ,,Ik heb het ontzettend naar mijn zin hier. Ik leer elke dag nieuwe dingen en word als een gewone stagiair behandeld. Het is alleen jammer dat ik zo lang op dit plekje heb moeten wachten.”
Terughoudendheid
Veel mbo-scholieren met een beperking ondervinden dezelfde problemen als Bezar, weet Cor van Waveren, coördinator gehandicaptenbeleid van ROC Friese Poort. Van de 450.000 mbo’ers in Nederland heeft ongeveer 10 procent een leerstoornis, lichamelijke beperking of een chronische ziekte. Omdat de opleidingen aan een regionaal opleidingscentrum (ROC) voor 40 tot 80 procent uit praktijkervaring bestaan, kunnen scholieren de studie zonder stageplek niet afronden.
Samen met collega’s van het Noorderpoort College Alfa College en Drenthe College besloot hij daarom enkele maanden geleden een project op te zetten, dat jongeren en hun docenten begeleidt bij het vinden van een stageplaats: het Project Intensieve Praktijkbegeleiding (PIP). Tegelijk wil de projectgroep, waarin ook ouderorganisatie Balans, drie integratiebureaus en Renn4 zitting hebben, de terughoudendheid bij bedrijven ten opzichte van de scholieren wegnemen.
Als er tijdig naar oplossingen voor specifieke leerlingen wordt gezocht, is er volgens de initiatiefnemers al heel wat gewonnen. ,,De school begint vaak te laat met zoeken naar een geschikte stageplaats”, vertelt Van Waveren. ,,Daar gaat het al mis. De bedrijven die uiteindelijk benaderd worden, zien het begeleiden van iemand met een beperking niet zitten of zijn er praktisch gezien niet klaar voor. Zo is het wel eens voorgekomen dat een leerling in een rolstoel stage zou gaan lopen op een afdeling op de tweede verdieping van een kantoorpand. Er was alleen geen lift.”
Sinds de invoering van de Wet Gelijke Behandeling van Chronisch Zieken en Gehandicapten per december 2003 zijn bedrijven – en ook scholen – verplicht aanpassingen te maken voor werknemers met een handicap, als die er om vragen. In de praktijk gebeurt dat wel voor werknemers die in dienst treden, merkt Van Waveren, maar niet voor stagiairs. ,,Op zich is dat logisch. Stagiairs blijven maar korte tijd. Daar kun je niet de hele inrichting van je kantoor op aanpassen. Maar het hoeft geen excuus te zijn om geen stagiair met een beperking aan te nemen.”
Bezar kwam bij AA&E Accountants uiteindelijk ook niet helemaal op de afdeling waar haar voorkeur naar uit ging. ,,Ze wilde het liefst naar de loonadministratie”, vertelt mede-eigenaar Henk Boelens. ,,Maar op die afdeling staan de kasten te hoog. Daar kan ze vanuit haar rolstoel niet bij.”
Gedragsstoornis
Het probleem is nog groter onder de groep mbo-scholieren met een gedragsstoornis, vertelt Van Waveren. Jongeren met bijvoorbeeld ADHD, PDD-NOS of een aan autisme verwante stoornis hebben vaak een extra stukje begeleiding nodig, dat bedrijven niet kunnen of willen geven. ,,Deze leerlingen kunnen zelfstandigheid soms moeilijk aan. En invoelen in een klant is ook lastig voor een jongere met PDD-NOS.”
De negentienjarige Martijn Tromp uit Noordwolde is zo’n mbo-leerling met PDD-NOS, al vindt hij die diagnose zelf niet helemaal terecht. ,,Ik ben een beetje anders, maar heb daar geen problemen mee.” Na de verhuizing vanuit het westen van het land volgde Martijn aan het begin van dit schooljaar tien weken les op ROC Friese Poort, in de richting ‘medewerker beheer ICT’.
,,Het was de bedoeling dat ik daarna meteen op stage zou gaan”, vertelt hij. ,,Maar dat liep even anders.” Terwijl al zijn klasgenoten voortvarend begonnen aan het opdoen van praktijkervaring, zat Martijn thuis. ,,Ik kreeg te horen dat mijn stageperiode uitgesteld was. De school kon geen plek voor me vinden.” Na twee maanden kwam er toch een telefoontje: hij kon als systeembeheerder terecht op de W.A. van Lieflandschool in Groningen, een school voor speciaal onderwijs. Daar weten ze wel om te gaan met een stoornis als die van Martijn, was de redenering. Dat klopt ook wel, vindt hij. ,,Ik word er voor vol aangezien. Daar hoor je mij niet over klagen.”
Er is alleen één nadeel: Martijn is elke ochtend en middag tweeënhalf uur onderweg met de bus van Noordwolde naar Groningen, en vice versa. Hij kan zich maar moeilijk voorstellen dat er werkelijk geen enkel geschikt stagebedrijf is, dat dichter bij zijn huis staat. ,,Ik ben nu elke dag vijf uur aan reistijd kwijt, als de bussen tenminste op tijd rijden. Dat lijkt me niet echt nodig. Als bedrijven en docenten wat meer op de hoogte zijn van verschillende beperkingen, is het vast gemakkelijker stageplekken te vinden. Onwetendheid is het grootste probleem.”
Hij hoopt dit jaar zijn mbo-opleiding op niveau 3 in Drachten af te ronden; daarna wil Martijn graag informatica studeren aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden (NHL). ,,Daarna wil ik nog naar de universiteit, en dan werken in het buitenland”, zegt hij enthousiast. Zijn moeder ziet die toekomstplannen nog niet zo snel verwezenlijkt worden. Niet omdat haar zoon niet pienter genoeg is – integendeel, hij is bovengemiddeld begaafd – maar omdat hij eerst niveau 4 op het mbo moet halen, om toegelaten te worden op het hbo. En daarvoor moet hij een flinke dosis sociale competenties binnen halen.
,,Om een mbo-diploma op niveau 4 te halen, moet je aantoonbaar kunnen samenwerken en je sociaal kunnen opstellen op een werkplek”, legt zijn moeder uit. ,,En dat is nou precies wat Martijn niet kan. Stop hem in een kamertje met een computer en hij verzint de meest fantastische dingen. Maar inlevingsvermogen in een ander, dat heeft ’ie gewoon niet. Hij zal ook nooit op zoek gaan naar een baan met veel sociale contacten.”
Competentiegericht leren
Voor leerlingen als Martijn levert het competentiegericht leren binnen het mbo, en de daarbij behorende sociale vaardigheden binnen een stage, problemen op. Daar moet dringend wat aan gedaan worden, vindt Van Waveren. De projectgroep PIP is al hard op zoek naar mogelijkheden. ,,De oplossing begint bij de scholen zelf”, denkt de coördinator. ,,Docenten kunnen niet van leerlingen met een gedragsstoornis verwachten dat ze ergens bijvoorbeeld zelfstandig naartoe gaan en zich voorstellen. Als ze zich tijdig wat meer verdiepen in de specifieke leerling, kan er ook een oplossing op maat gezocht worden.”
Het is nodig dat scholen en bedrijven zich meer bewust worden van het probleem, vindt hij. ,,Het is ook een maatschappelijke kwestie. Geen goede stageplek betekent in de meeste gevallen geen afgeronde studie en geen werk. Van alle jongeren met een arbeidsongeschiktheidsuitkering gaat maar 9 procent voor het 25ste levensjaar aan het werk. En werkloze jongeren, dat is nu ook precies wat de overheid niet wil.”
Hij verwacht op termijn wel een mentaliteitsverandering binnen het bedrijfsleven. ,,Er zijn gelukkig ook genoeg goede voorbeelden te geven. Als we die voor het voetlicht brengen, nemen andere bedrijven daar wellicht een voorbeeld aan. Krijgen ze zoiets van: o ja, zo kan het ook. Het is vaak de onbekendheid met beperkingen of ziektes, die werkgevers terughoudend maakt.”
Mens
Op de afdeling boekhouding bij het Drachtster accountantskantoor heeft Bezar haar weg inmiddels aardig gevonden. ,,Ze functioneert goed”, zegt Boelens. ,,Gewoon, als een stagiair. Niet meer en niet minder.” Eigenlijk praten hij en Bezar nooit over haar beperking, al is ze wel de eerste stagiair in een rolstoel bij het bedrijf. ,,Ze is voor mij gewoon een mens. Zo wordt ze ook beoordeeld. Als ze iets verkeerd doet, krijgt ze dat net zo goed te horen.”
Er werkt bij het bedrijf ook een meisje met een verstandelijke beperking in de facilitaire dienst, vertelt hij. ,,Je moet even weten hoe je haar moet benaderen, maar dan is het ook gewoon een normale medewerker.’’ Het is belangrijk om jongeren als Bezar een kans te geven, vindt hij. ,,Een kans hier betekent misschien wel een gelukkige toekomst. Daar wil ik graag aan bijdragen.”
De naam van Martijn Tromp is om persoonlijke redenen gefingeerd.
In de week van 16 april heeft Nederland en in het bijzonder Groningen de eer gehad om de Internationale Equal Conferentie School4Job te organiseren. Het thema van deze conferentie was ‘School together, Work together’. De conferentie vond plaats in de Fonteinpatio van het UMCG, waar de zon heerlijk door het glazen dak op de bezoekers neerscheen. Te gast waren de transnationale samenwerkingspartners uit Litouwen, Finland, Duitsland, België en Frankrijk, de ontwikkelingspartners uit Nederland en andere belangstellende uit het vakgebied.
Tijdens deze meerdaagse conferentie stonden kennisoverdracht, de toekomst en de nieuw ontwikkelde innovatieve producten centraal in het programma.
De workshops werden door de deelnemers zeer gewaardeerd. Men stak veel op van elkaars kennis en over ontwikkelde producten. Ook leverde de taalbarrière leuke taferelen op bij opdrachten tijdens de workshops zoals in de workshop ‘Dropout Program’. Tijdens deze workshop werden de deelnemers met zijn allen op een zeil gezet. Deze diende te worden omgedraaid zonder dat een van de deelnemers eraf mocht stappen. Dit vergde veel overleg en samenwerking van de verschillende nationaliteiten die op het zeil stonden. Na wat afwachtende blikken werd door een aantal deelnemers een idee geopperd en binnen 5 minuten stonden alle deelnemers op de andere kant van het zeil. Duidelijk mag zijn dat met samenwerking en overleg gestelde doelen bereikt worden en dat een taalbarrière daarin niet belemmerd.
Voor meer informatie over de verschillende workshops per project:
Ter gelegeheid van de Internationale Equal Conferentie School4Job is een internationale nieuwsbrief uitgebracht. In deze 'Newsletter' komen naast de Nederlandse projecten ook een aantal van de internationale projecten aan het woord. Hieronder kunt u de 'Newsletter' downloaden.
